Ontwikkelingen rondom ZZP besproken - tijd voor duidelijkheid

Suzanne Meijers en Mariëtte Jilderda

Het blijft onrustig in de wereld van het inhuren van zzp’ers. Minister Koolmees wil zo snel mogelijk heldere zzp-regels stellen die per 1 januari 2021 zouden gaan gelden. Het inhuren van (schijn)zelfstandigen en de groei van het aantal zzp’ers vindt hij zorgelijk. Volgens hem ontstaat er ongelijke concurrentie met betrekking tot arbeidsbeloning en -voorwaarden ten opzichte van werknemers.

 

Maar de wet DBA moest toch duidelijkheid geven?

Ja, dat was inderdaad de bedoeling. Je zou moeten kunnen zeggen wat de arbeidsrelatie die partijen zijn aangegaan inhoudt. Verder zou je moeten kunnen duiden dat géén sprake is van loondienst. Helaas, deze wet heeft juist onduidelijkheid geschept. Sterker nog, vanaf het begin af aan is er geen sprake van volledige handhaving, terwijl er ondertussen alweer wordt gewerkt aan nieuwe wetgeving.

Op 28 oktober 2019 is het concept wetsvoorstel van de Wet minimumbeloning zelfstandigen en zelfstandigenverklaring bekendgemaakt. Hierin zijn twee maatregelen opgenomen die als doel hebben een betere bescherming te bieden tegen armoede onder zelfstandigen, de verschillen te verkleinen tussen zelfstandigen en werknemers en meer duidelijkheid te bieden aan zelfstandigen en hun opdrachtgevers over de arbeidsrelatie. De nieuwe wetgeving is (net als de wet DBA) gericht op de relatie opdrachtgever-werkende en niét op de status van de zelfstandige zoals het geval was bij de VAR.

 

Wat was ook alweer de gedachte van de Wet DBA?

Ik neem jullie kort even mee in de gedachte achter de wet DBA. Als opdrachtgever ben je volgens de wet DBA samen verantwoordelijk voor de arbeidsrelatie die wordt aangegaan. Om te bepalen dat er géén sprake is van loondienst zouden drie vragen als richtlijn dienen:

  1. Moet het werk persoonlijk worden gedaan? (moet degene die het werk uitvoert dit ook zélf doen)
  2. Is er een gezagsverhouding? (bepaalt de opdrachtgever in overwegende mate hoe je het werk moet uitvoeren);
  3. Wordt er loon betaald? (er wordt meer betaald dan de kosten die degene die het werk doet maakt).

Wanneer het antwoord op 1 of meer van bovenstaande vragen “nee” is, is er geen sprake van loondienst. Je kunt (het is niet verplicht) gebruik maken van een modelovereenkomst die je bijvoorbeeld via de website van de Belastingdienst kan invullen. Let wel even op of je alles hiermee regelt. Vaak is het handig toch de hulp van een jurist of advocaat in te schakelen voor aanvullende bepalingen en een goede check.

 

Dus als ik werk met een modelovereenkomst van de Belastingdienst is het in orde?

Wanneer volgens die overeenkomst wordt gewerkt, is geen sprake van loondienst. Dit klinkt makkelijk. Schijn bedriegt, want het is ook té makkelijk en erg onduidelijk. Het biedt bij lange na niet de duidelijkheid waarop opdrachtgevers én zzp’ers hoopten. Niet alleen omdat de vraag is of de theorie aansluit op de praktijk, maar ook omdat de Belastingdienst met die modelovereenkomst geen vrijwaring geeft.

 

Hoe zit het met de handhaving?

Goede vraag, want inmiddels is dus duidelijk dat de Wet DBA vervangen gaat worden. In afwachting van nieuwe wetgeving, is de handhaving van de wet DBA nu tot 1 januari 2021 opgeschort. Wél wordt de wet gehandhaafd wanneer sprake is van ernstige gevallen van kwaadwillendheid, zoals opzet, fraude, situaties die leiden tot ernstige concurrentievervalsing. Vanaf 1 januari 2020 wordt de wet ook gehandhaafd als een opdrachtgever aanwijzingen van de belastingdienst niet opvolgt.

 

Tijd voor nieuwe wetgeving

Ondertussen wachten we nieuwe wetgeving af. Een conceptwetsvoorstel is al bekend. Naar verwachting gaat de nieuwe wetgeving is er in grote lijnen als volgt uitzien:

  1. Een minimumbeloning van € 16,-- per uur voor zelfstandigen ter bescherming van de onderkant van de markt. 
  2. Een zelfstandigenverklaring (voor opdrachten met uurtarieven van € 75,-- of meer), die zelfstandigen en hun opdrachtgevers zekerheid geeft dat er géén sprake is van een dienstbetrekking, de zogenaamde “opt-out”. Het werken met een dergelijke verklaring is niet verplicht. Overigens sluit deze verklaring niet uit dat vanuit arbeidsrechtelijk oogpunt alsnog sprake is van loondienst met alle (arbeidsrechtelijke) gevolgen die daarbij komen kijken;
  3. Een webmodule die opdrachtgevers duidelijkheid en meer zekerheid moet geven over het feit of er inderdaad géén sprake is van een dienstbetrekking. Deze webmodule levert nog veel vragen en daardoor uiteraard ook de nodige discussie op: ingewikkelde arbeidsrechtelijke en fiscale wetgeving omzetten naar een aantal simpele vragen, lijkt onmogelijk. 

Er is over de verschillende onderdelen nog veel discussie zodat het nog maar de vraag is of en zo ja wanneer op dit punt formele wetgeving komt.

 

Is er nu wel of geen sprake van een gezagsverhouding?

Dat blijft de vraag. Ook in de wet DBA is het niet gelukt hiervoor een sluitende oplossing te geven. De verwachting is dat de webmodule zoals nu voorgesteld evenmin voor duidelijkheid gaat zorgen.

We houden daarom voorlopig maar vast aan de criteria die zijn opgenomen in het Handboek Loonheffingen, met de wetenschap dat dit de lading niet altijd dekt. Niet voor de Belastingdienst, maar ook niet vanuit arbeidsrechtelijk oogpunt.

 

Relevant voor de beoordeling van een gezagsverhouding kunnen de volgende elementen zijn, welke niet uitputtend zijn en waarbij ook hun onderlinge verhouding een rol speelt:

  1. leiding en toezicht (de invloed die de opdrachtgever heeft op de manier waarop de werkende de werkzaamheden uitvoert);
  2. vergelijkbaarheid personeel (de verhouding tussen de opdrachtgever en de werkende en in hoeverre deze verhouding vergelijkbaar is met personeel dat in dienst is bij de opdrachtgever);
  3. werktijden, locatie, materialen, hulpmiddelen en gereedschappen (in hoeverre kan de werkende zelf werktijden en de locatie van de werkzaamheden bepalen. Ook wordt gekeken naar de invloed die de opdrachtgever heeft op de materialen en hulpmiddelen);
  4. de manier waarop de werkende naar buiten treedt (is werkende bijvoorbeeld verplicht om werkkleding, bedrijfskleding, een uniform van de opdrachtgever te dragen met daarop een bedrijfslogo van de opdrachtgever. Is de werkende is verplicht om visitekaartjes van het bedrijf te gebruiken);

 

En nu?

De grote vraag bij het werken met zzp-ers op dit moment is of voldoende duidelijk is dat de gezagsverhouding ontbreekt in de werkrelatie. Kijk daar met name naar. Verder kijken we met z’n allen uit naar meer duidelijkheid.

 

 

Dit artikel is geschreven door mr. Mariëtte Jilderda en mr. Suzanne Meijers. Mariëtte is arbeidsrechtjurist te Leusden (http://www.recht-en-zo.nl/). Suzanne is arbeidsrecht advocaat te Utrecht (suzannemeijersarbeidsrecht.nl). Beiden helpen ondernemers met én zonder personeel met het voorkomen en oplossen van lastige arbeidsrechtelijke situaties. Liefst op een praktische en begrijpelijke manier.

Deel dit bericht
Misschien vind je dit ook interessant?

Ervaring binnen het ziekenhuis als Freelance Verpleegkundig Specialist

Op het moment van schrijven van dit artikel gaat het niet goed met mijn opa (87 jaar). Enkele jaren geleden kreeg hij de diagnose hartfalen. Binnen een week tijd is hij enorm achteruitgegaan. Mijn opa ligt nu in het ziekenhuis te wachten op een plek in een hospice. Hij is de 7e wachtende in de rij, want er is geen plaats in de omgeving.

Als je onze site gebruikt, krijg je cookies van ons. Meer lezen over ons cookiebeleid.